
Een half uurtje later sta ik buiten en word ik reeds verwelkomd door heerlijke temperaturen. De artikels die ik de avond hiervoor heb gelezen -over de veiligheid van Santo Domingo– spoken nog wat door m’n hoofd. Overal zie ik verdachte figuren die mij wel eens zouden durven bestelen.
Naarmate de dag vordert, merk ik dat dit echt niet het geval is en dat het wel degelijk verhalen zijn.
Mijn verblijfplaats ligt vlakbij het Parque Independencia, het onafhankelijkheidspark. Er is duidelijk nog niet veel volk buiten, want ik ben mijn hele bezoek helemaal alleen met twee soldaten die door het park paraderen.
Het park zelf is mooi en binnenin het paviljoen staan de standbeelden van de drie grondlegger van de Dominicaanse Republiek.
Wanneer ik weer buiten loop zie ik taxi’s rondrijden die in België al perte total zouden zijn verklaard. Hier geraak je duidelijk door de keuring met alle auto’s. Onderweg zie ik ook nog auto’s zonder lichten, met afgerukte bumpers of zonder enige ruiten.
Het klinkt misschien vreemd maar dat geeft echt charme aan de stad.
Na even te hebben gestapt kom ik uit in het Zona Colonial of de ‘Koloniale zone’. Dit stadsdeel is erg klein, maar lokt alle toeristen. Dit is immers het stukje waar zoveel cultuur en oude gebouwen zijn. Onder andere het huis van Christoffer Columbus.
Voor het huis werd een groot plein gebouwd met een mooi standbeeld ter zijner nagedachtenis. Aangezien het nog steeds vroeg is, is er nu ook nog steeds geen volk te bespeuren.
Later leer ik dat het vandaag ‘holy friday’ is. Paasvrijdag zou je het kunnen noemen.
Alle winkels en zaken zijn toe, waardoor er natuurlijk weinig volk buiten komt. De Dominicanen zijn erg gelovig en respecteren hun religie duidelijk.



Ik wandel nog een stukje verder en kom heel wat mooie gebouwen tegen in de koloniale zone. Ook daarbuiten zijn nog mooie plekjes te bespeuren.
De woeste, blauwe zee klots metershoog in de lucht wanneer ze de rotsen raakt die het eiland omringen.
Iets verder zie je een samenscholing van locals. Een volleybaltoernooi vindt plaats en overal vind je kleine en grote zwembaden waarin kinderen zitten te plonzen.
Ik geniet van de gezellige sfeer en de opzwepende, Spaanse muziek terwijl de Dominicanen luidkeels juichen, meezingen en brullen van het lachen.
Wanneer ik weer wat last krijg van m’n jetlag besluit ik om even uit te gaan rusten in de jeugdherberg. De tijd vliegt voorbij, want pas tegen de vroege avond trek ik er nog eens op uit.
Met een jongen van de hostel ga ik op verkenning wat er zich ’s avonds allemaal afspeelt in Santo Domingo.
Ik was erg op m’n hoede, want ik las dat je als toerist ’s avonds goed moet oppassen. Dan is er veel minder politie aanwezig en durven locals wel eens agressief uit de hoek komen om jouw spullen te bemachtigen.
Met twee voel je je veel beter op je gemak en bovendien kon de jongen vloeiend Spaans.
Bij ons is het de gewoonte om ’s avonds wat te gaan drinken in een club of bar, maar hier duidelijk niet. Ofwel heeft het alles te maken met holy friday. Denk ik.
Tot we op één van de pleinen komen. Alle bars, clubs of cafeetjes zijn gesloten. Maar toch zitten hier honderden jongeren te genieten van drankjes en chips, terwijl tussen hen in mannen lopen met kruiwagen-achtige karretjes gevuld met snoepjes, frisdrank, chips en sigaretten.
Ook al versta ik geen bal van wat de vriendelijke locals zeggen, ik vind het heerlijk! Ik maak het niet later dan twee uur en loop tezamen met mijn nieuwe vriend naar huis.
Ik moet toegeven dat ik, eens we buiten de koloniale zone kwamen, me niet meer zo op m’n gemak voelde.
De straten waren pikzwart en de louche uitziende busjes met luide muziek doen daar natuurlijk ook geen goed aan. Als je dan ook nog eens langs een gigantisch kerkhof moet stappen en onderweg heel wat agressieve straathonden tegenkomt… Tja!
Gelukkig gebeurde er niks en sloegen we beiden een zucht van opluchting wanneer we weer in de jeugdherberg aankwamen!





