
Na een verschrikkelijke vlucht -ik zat helemaal achteraan, wanneer ik mijn raampje open deed zag ik alleen maar de motor van het vliegtuig, en ik werd potdoof van het verschrikkelijk luide gebrul van deze aandrijving- kwam ik een uurtje later eindelijk aan op SXM of Sint-Maarten.
Spijtig genoeg kon ik dus niet zien hoe spectaculair de landing zou zijn. Op Sint-Maarten land je immers erg laag en vlieg je maar enkele meters hoger dan de toeristen die op het strand liggen of staan.
Normaal gezien zou ik worden opgehaald door mijn hostel, Vicky’s Keys, maar wanneer ik na bijna een uur nog steeds niemand zag met een bordje besloot ik om een taxi te nemen naar het hostel. Ik had echt geen zin meer om nog meer tijd te verspillen op de luchthaven.
Mijn eerste indruk van Sint-Maarten was dat het een prachtig eiland was. Iets verder dan de luchthaven zag ik een prachtig meer met daarop enkele prachtige, drijvende boten. Op de achtergrond zag je de mooie, vulkanische bergen van het eiland opdoemen met daarop enkele prachtige villa’s.
Wanneer je echter iets verder komt, zie je dat Sint-Maarten helemaal niet zo rijk is als het lijkt. Mijn locatie kon je op z’n zachtst gezegd een ghetto noemen. De huisjes stonden met moeite recht en ze zagen er allesbehalve luxueus uit. Later hoorde ik dat dit wellicht de slechtste omgeving van Sint-Maarten was. Vroeger werd hier heel wat drugs gedeald en werden er ook regelmatig wapenfeiten en zelfs moorden vastgesteld.
Leuk vooruitzicht!
Natuurlijk was ik een beetje geïrriteerd wanneer ik aankwam, omdat ze me niet hadden komen oppikken. De vrouw probeerde het een beetje weg te lachen en vertelde me dat de telefoon het niet zo goed deed. Twee minuutjes later werd ze, zonder problemen, getelefoneerd dus ik vraag me af of ze het niet gewoon vergeten waren. Volledig uitgehonderd stapte ik door de sloppenwijken en een industrieterrein naar Phillipsburg. De hoofdstad van Sint-Maarten.
Ik vond er eigenlijk niets aan… Het was een pak moderner en luxueuzer dan de sloppenwijken. In de eigenlijke winkelstraat zag je heel wat luxemerken. Op de dijk was het weer heel wat soberder en het deed me een beetje denken aan Ayia Napa. Een uitgeblust en verouderd feestlandschap.
Het kleine strand was best mooi. Er liepen heel wat Britse, Amerikaanse en Franse toeristen met een flesje bier of ander alcohol in de handen over de bloedhete dijk te paraderen.
Mijn maag knorde nu zo luid dat ik gewoon de eerste de beste plek binnenwandelde en daar een pizza bestelde. Geen al te best idee, want de pizza had geen smaak en er zaten zelfs enkele haren in verweven. Het was ondertussen alweer iets later en ik wou absoluut niet te voet terug gaan naar mijn verblijfplaats als het al donker begon te worden, dus ik besloot om het voor vandaag zo te houden en morgen de rest van het eiland te gaan verkennen.





