Terwijl wij tegen de stroom toeristen in Petra terug keerden, was de zon al heter en heter beginnen worden. Rond half twee kwamen we terug aan het busje en na een korte lunch stop, reden we nog drie uur verder om terug naar het beloofde land af te zakken.

Wat zul je in deze blog lezen?
ToggleAankomst in Jeruzalem
Drie uurtjes was het ongeveer rijden, inclusief verplichte pitstop aan een souvenirwinkeltje, eer we aankwamen aan de Allenby Bridge grensovergang.
Alles verliep dit keer vrij vlot en op iets langer dan een uur werd de hele groep terug toegelaten tot Israel. Nu ja, Israel is eigenlijk fout. Want de Allenby Bridge Crossing (of King Hussein Crossing) grenst eigenlijk rechtstreeks aan Palestijns gebied. De controles zijn strikter en gevaarlijk uitziende macho types houden hun gigantische geweren graag goed in het vizier van de toeristen.
Nadat ons busje wordt nagekeken op bommen rijden we door een klein ‘autobadje’ (“Dat is om vluchtelingen te verdrinken.” zegt een Amerikaan – “Nee hoor, gewoon om het stof van Jordanië kwijt te raken. We zijn terug in de beschaving!” Grapt de gids.) en zetten we vaart naar de heiligste stad voor de Christenen.
Onze vrolijke chauffeur met zware voet brengt ons op een klein uurtje naar Jeruzalem.
“Voor een prachtig uitzicht over Jeruzalem moet je naar links kijken binnen 3… 2… 1…“
Wauw. Het is ondertussen al goed donker geworden en links van ons wordt de gigantische, gouden koepel van de rotskoepel (Dome of the Rock) zichtbaar, tezamen met duizenden lichtjes die de mooie stad oplichten. De grote zandstenen omwalling toont de grootsheid van deze belangrijke stad.
Niet veel later komen we aan op onze bestemming. Ook dit keer verblijf ik in een Abraham Hostel, op ongeveer twintig minuutjes wandelen van het historische stadscentrum.
Het is al laat en in de oude stad nog gaan verkennen hebben we echt geen zin meer. Toch willen we nog iets doen… Oscar en ik besluiten dan maar om wat te gaan eten, iets te gaan drinken en… Een klein beetje dronken te worden.
Jeruzalem leek me een archaïsche en strikte stad, maar eens je de jonge massa op straat zag staan -vrolijk dansend, drinkend en joelend- moet ik die mening toch herzien. Net zoals Tel Aviv is ook Jeruzalem een bruisende stad vol jong geweld en moderne ideeën. Met uitzondering van het historische centrum misschien.



Historisch Jeruzalem
Gelukkig hoefden we dit keer –eindelijk!– niet extra vroeg op en kon ik tot een uur of tien in mijn knusse bedden liggen dromen.
Met mijn camera in de aanslag trokken de latino’s en ik naar het centrum, waar we een gegidste rondleiding kregen.
Als ik heel eerlijk ben vond ik de gratis gegidste tour niet bijzonder interessant. Bovendien waren er veel te veel mensen die deze tour namen, waardoor je soms nauwelijks verstond wat de gids ons vertelde.
Toch zagen we ook enkele plekjes die we anders wellicht niet hadden gezien.
De gids trok ons mee door de kleine, smalle gangetjes en overdekte straatjes van deze historische stad. Een heel klein beetje deed het me allemaal denken aan Dubrovnik.
Links en rechts zaten honderden kleine en grote handelaars met hun souvenirs, kruidig geurende specerijen, tapijten en prullaria. Her en der waren er open pleintjes, en naargelang de hoeveelheid mensen die er op stonden kon je opmaken dat het een belangrijke bezienswaardigheid was.
De stad kronkelt en draait alle richtingen uit, en met de vele trapjes kom je zo in één van de vier kwartieren terecht. De Amerikaanse gids, die we nauwelijks verstonden, bracht ons door de Islamitische, Joodse, Armeense en Christelijke wijk waar je duidelijk een verschil in gebruiken en cultuur zag.
Na de rondleiding gingen we een heerlijk broodje shwarma eten in een restaurant dat door de gids was aangeraden. Aangezien we allemaal toch nog een beetje brak waren na ons nachtje stappen, besloten we om vandaag niet veel meer te doen. Het grootste deel van de Islamitische wijk was afgesloten op vrijdag en zaterdag, en de Rotskoepel was dus ook niet te bezoeken.
We keerden allemaal terug naar het hostel om daar een beetje verloren nachtrust in te halen. Vanavond -vrijdag- begon de Shabbat. En dat spektakel wouden we niet missen als we in Jeruzalem waren!



Shabbat in Jeruzalem
Twee uurtjes slapen na een blasfemisch nachtje uitgaan kan wonderen doen!
Ik voelde me herrezen, en dat in Jeruzalem!
Samen met Oscar en Sofia hadden we besloten om tegen vijf uur naar het Joodse kwartier te gaan in Jeruzalem. Vanaf ongeveer zes uur begon de Shabbat immers weer.
De Shabbat is de wekelijks terugkerende rustdag van de Joodse gemeenschap waarin ze zich moeten onthouden van arbeid.
Na een korte controle –door de metaaldetector en alles uit je zakken nemen- mochten we een bezoek brengen aan het hart van de Joodse wijk; de klaagmuur.
Grote groepen Joden en toeristen betreden de heilige grond waar dit belangrijk monument op was gebouwd. Om als man toegang te krijgen achter de omheining, moet je een keppeltje ophebben. Gelukkig staan er enkele bakken met daarin ‘wegwerpkeppeltjes’ ter beschikking van de toeristen.
Oscar en ik gingen naar links, terwijl Sofia en Carmen naar het veel kleinere stukje voor de vrouwen aan de rechterkant gingen.
Links aan de mannenkant zag je vooral de erg orthodoxe joden, inclusief grote hoeden, lange baarden en bakkebaarden. De rest van deze open ruimte zag er minder orthodox uit, hoewel alle mannen nog steeds in prachtige kostuums aankwamen om hun religie in de bloemetjes te zetten.
Heel wat mannen leunden voorover tegen de klaagmuur en stopten briefjes in de vele holtes van deze zandstenen omwalling.
Anderen zaten op een stoeltje de Torah te lezen, of te bidden door met hun hele lichaam naar voor en achter te wiegen.
Hoe later het op de avond werd, hoe meer Joden toestroomden en hoe minder beweegruimte je kreeg. Het voorlezen van de Torah, de gebeden en de lofzang werd alsmaar luider en op den duur leek het wel alsof er een heus feest los was gebarsten.
Mannen met keppeltjes en hoeden sloegen de armen in elkaar, vormden cirkels en begonnen in koor te zingen terwijl ze dansten.
Niet iedereen leek zo gerust te zijn, want er waren meer dan voldoende mannen (en vrouwen!) aanwezig die een geweer bij zich hadden. Je merkt duidelijk dat de Joodse gemeenschap nog steeds geviseerd wordt…
Enkele meters van de klaagmuur weg, was een omheining geplaatst van waar je een mooi overzicht kreeg over het tafereel. Foto’s maken of GSM’en was tijdens de shabbat verboden, en iedereen die het toch probeerde -mezelf incluis- kreeg een waarschuwing van enkele vrome Joden, soms zelf met een beetje agressiviteit inclusief.
Wat een prachtige avond. De mooie stad was ondergedompeld in het licht van de volle maan, de gouden koepel prachtig zichtbaar en het vrolijke gezang van de Joden hoorbaar tot honderden meters verder buiten de stad.








